Zelfstandige in bijberoep

Ik ben sinds 2,5 jaar zelfstandige in bijberoep. Ik doe vanalles rond bier, zoals bierdegustaties aan huis, hobbybrouwcursussen en gidsbeurten bij Het Anker. En ik help organisaties en andere zelfstandigen rond communicatie, evenementen en campagnes. Allemaal leuk, want het zijn allemaal dingen waar je een centje voor wil vragen en op die manier kan dat gewoon in ’t wit.

Maar als er iets is waar ik die hele periode stiepelzot van word, dan wel dat je nooit weet hoeveel geld je nu eigenlijk verdiend hebt. Dat is heel wat anders bij het hoofdberoep, waar je elke maand een bedrag ziet verschijnen op je bankrekening.

Maar je schrijft dus facturen van pakweg 500 of 1000 euro in de maand. Leuk natuurlijk, want je verdient wat geld met je hobby. En je kan dan “kosten maken”, zoals dat heet. Dus je maakt wat websites voor de job, je moet natuurlijk gebeld kunnen worden op die nieuwste smartphone, je koopt een iets-te-goede laptop en al die dingen mag je dan voor gedeeltes aftrekken van je omzet. Niet onlogisch, want het zijn je onkosten om je omzet mee te gaan halen, althans in theorie.

En dan wordt daarop je winst berekend en daarop betaal je dan belastingen. En als je winst maakt, dan moet je ook nog wat geld nadragen naar de sociale zekerheid. Een zekerheid waar je in je hoofdberoep al aan bijdraagt en waar je dus extra geld instopt zonder er ooit ook maar iets extra uit te kunnen halen. Maar, bon, sociaal is het wel.

Ik ben daar geen held in, in die kosten maken of bijhouden. Met gevolg dat ik m’n eerste jaar iets van een 6000 euro omzet draaide en ik had wel wat onkosten – zoals een nieuwe MacBook Pro die op drie jaar afgeschreven mag worden – maar (helaas) niet genoeg. En dus kwam de licht onaangename verrassing: 1800 euro belastingen bijbetalen. Oh ja, en ook nog wat sociale zekerheid van zo’n 600 euro. En die boekhouder die moet ook betaalt worden, nog eens 600 euro.

En niet dat ik niet graag belastingen betaal, of zo. Net daarom dat ik ’t in ’t wit wil doen. Maar van die 6000 euro omzet blijft dan nog zo’n 3000 euro over na belastingen en boekhouder. En ja, ik heb ondertussen wel een nieuwe MacBook, die voor een stuk nodig was voor de zaak, maar natuurlijk ook voor andere dingen gebruikt wordt. Tel je dat bedrag daar dan nog bij, of net niet?

Vorig jaar kregen we een dochter en nam ik bewust heel wat gas terug. Ik draaide nog geen 3000 euro omzet, dus de kans is groot dat ik géén winst maakte en dus geen belastingen of sociale zekerheid ga moeten betalen. Maar de boekhouder zal haar factuur weer achter de hand hebben. Ongeacht van hoeveel ik binnenkreeg. Wat dan wil zeggen dat 20% van mijn werk rechtstreeks doorvloeit naar haar en dat vind ik wel echt heel veel.

Ik vind dat dus wel moeilijk. Dat je voor een bierproeverij met 20 personen een factuur stuurt van 300 euro omdat het een eerlijke prijs lijkt voor wat je doet. Maar dat je eigenlijk helemaal niet kan inschatten wat je daar van gaat over houden. En of je uren dan huis dan wel deftig gecompenseerd worden, al doe je het grotendeels gewoon als hobby.

Zijn er hier nog mensen in de zaal die zelfstandige zijn, al dan niet in bijberoep? En hoe doen jullie dat? Ofwel praktisch, ofwel mentaal?

Why Walking is the Key to Being More Productive

Erling Kagge:

People always believe they save time by taking a taxi. Let’s say you take a taxi and it takes 10 minutes when walking would take 20. Mathematically, you save 10 minutes. But in those 10 minutes in a taxi, you didn’t experience anything. If you walk in New York, nothing great is going to happen, necessarily, but something is going to happen. That makes those 20 minutes so much more rich than the 10 minutes in the taxi. So I’m not walking because I think it’s better than driving. I’m walking because life is getting a little bit richer than if you drive.

Ik doe bijna altijd alles te voet, of ’t moest een uitzondering zijn. Ik ga vaak zelfs wat te ver (bijvoorbeeld om een station verder dezelfde trein te nemen in plaats van te wachten op het perron). Dit is echt de beste omschrijving van “waarom” die ik al las.

Death and taxes

Volgens het bekende gezegde zouden er maar twee zekerheden zijn in het leven: de dood en belastingen. Tel daar in ons land ook maar verkiezingen bij. Tot oktober was het lang geleden dat ze nog eens waren gepasseerd, zo lang zelfs dat de gedachte aan de “grootmoeder aller verkiezingen” enige weemoed teweeg bracht.

Deze stembusslag gaat eindelijk nog eens ergens over en dat komt vooral door de uitslag van de vorige. Er werd toen geen klassieke tripartite gevormd waar de centrumpartij ook effectief in het midden van het beleid staat, maar een centrumrechtse – “Zweedse” – variant. En dat was weldegelijk een belangrijk maatschappelijk feit, omdat de partijen zich verenigde over rechts. De basis was niet het nastreven van het algemene, gematigde midden. De overheid koos kant, net zoals in de dagen van paars(-groen).

Zo’n beleid dat overhelt naar een bepaalde kant heeft z’n voordelen, vooral omdat het afsteekt tegen de grijs aanvoelende beslissingen die een middencoalitie neemt. Vanuit een vrees om mensen tegen de borst te stoten wordt in zo’n samenstelling niets moedig, noch extreem gedaan. De roepers aan de zijkant zullen er wel zijn, en bepalen voor een stukje ook mee wat er gebeurt, zolang de gematigdste 65% van de bevolking zich er maar niet aan stoort.

Vrij spel dus om eens goed van leer te trekken op je eigen ideologie, zou je denken. Maar ook dat is niet waar: de overheid is – gelukkig – een logge tanker. En het systeem van “checks and balances” dat in het DNA van de Verenigde Staten werd opgenomen toen ze zich afzetten van de Britten, werd ook in onze democratie een beetje overgenomen. Bij ons ziet dat er vaak uit in de vorm van verdragen en akkoorden die we ondertekenden, zoals die van de mensenrechten.

Toch werden er enkele stappen gezet die afwijken van het grijze midden. En laat dat net de inzet van deze verkiezingen zijn: wijken we verder af naar de kant waarheen we nu gaan. Krijgen de centrumrechtse spelers vrij spel om hun keuzes te bestendigen en, daar waar ze het nodig achten, verder uit te diepen? Als het antwoord op die vraag voor u “nee” zou zijn, dan zijn er nog steeds twee opties open: moet de overheid dan terug die middenpositie innemen, of hellen we over naar de andere kant?

Het tweede, bijvoorbeeld een gespiegelde variant van de huidige meerderheid, zou ons mogelijks leiden naar een Belgische politiek die er eerder Brits of Amerikaans zou uitzien: een ideologische kant (links of rechts, conservatief of progressief) zou de dienst uitmaken, waarna de andere kant weer een keertje mag en op die manier vlakt het ook voor de gematigde meerderheid uit. Een kant waar de bestaansreden van een middenpartij weleens serieus op de helling zou komen te staan.

Veel keuze daarin hebben we niet, dat zal ook het spel van onderhandelingen na de verkiezingen zijn. Al ben ikzelf geneigd te kiezen voor een meer gematigde, of gelijk verdeelde samenstelling binnen een regering. Waarbij ook binnen de rangen van het beleid moet gezocht worden naar consensus, niet over welke mate van ideologische zuiverheid te bereiken, maar over hoe links én rechts de problemen baas kunnen.

Een veel saaiere politiek. Minder mediageniek en bijgevolg onwaarschijnlijker in deze tijden. Maar misschien wel iets om eens over na te denken.

Disclaimer: Ik werkte gedurende zes jaar voor Groen en zal ook dit jaar op hen stemmen.

TYPOGRAPHY 2020: A SPECIAL LISTICLE FOR AMERICA

Een doorlichting van de websites van alle Democratische presidentskandidaten:

For those who think it trivializes our political process to judge candidates by their typography—what would you prefer we scrutinize? Qualifications? Ground into dust during the last election. Issues? Be my guest. Whether a candidate will ever fulfill a certain campaign promise about a certain issue is conjectural.

But typography—that’s a real decision candidates have to make today, with real money and real consequences. And if I can’t trust you to pick some reasonable fonts and colors, then why should I trust you with the nuclear codes?

Dit vinkt echt álle vakjes van dingen die me interesseren aan.

The Value of Ritual in Your Workday

HBR:

Which might be why we avoid ritual in the business world. Religion is so loaded, so personal. But ritual doesn’t have to be religious; it’s just a tool religions use. Rituals are about paying attention. They’re about stopping for a moment and noticing what you’re about to do, what you’ve just done, or both. They’re about making the most of a particular moment. And that’s something we could use a lot more of in the business world.

Facebook is a capitalism problem, not a Mark Zuckerberg problem

Ezra Klein van Vox:

The lesson of the Facebook experience is that this space is too important to be left to the market. As a society, we need to decide what kind of competition we want to allow and what kind of competition we want to discourage. Perhaps we want sharp limits on how much time children are permitted to spend on these sites. Perhaps we want any site with more than 100 million users to have to open its algorithm to public review. Perhaps we want any site with more than a billion users to take editorial responsibility for speech on its platform.

Origi

Het was september 2014 toen we onze eerste grote, lange reis maakten. New York was het beginpunt van drie weken langs de oostkust van de Verenigde Staten. The Big Apple, de hoofdstad van één van mijn lievelingsgerechten: de bagel.

En zodoende kwam het dat ik in de weken in aanloop van onze reis had opgezocht welke bagel shops de absolute voorkeur uitdroegen van kenners in het veld. Want elke veld heeft experts, natuurlijk.

Gewapend met enkele namen in m’n hoofd liepen we toen vier dagen aan een stuk minstens 25 kilometer te voet door die immense, bruisende stad. Toen we na een picniclunch in een parkje nabij het VN-gebouw onze tocht verderzetten, kwamen we langs zo’n zaakje. En uiteraard bestelden we met een volle maag één van de beste bagels die ik ooit at.

Het onbegrijpelijke toeval wil dat ik van dié bagel, noch van het zaakje een foto nam en de naam me niet is bijgebleven. Maar ik ben er redelijk zeker van dat ik de kerel die ons bediende nog zou herkennen. “Where’re you from?” vroeg hij met een accent dat nog meer belegen was dan de bagel die hij voor ons prepareerde. “Belgium” zeiden we in koor.

Het was niet ondenkbaar dat de man nog nooit van ons landje gehoord had. Maar hij schreeuwde het uit: “Oh, Belgium! Origi! Divock fucking Origi! Oh man, I love that guy so much. What a great soccer player!“. Hij kende één Belgisch ding en dat was een voetballer van het WK dat die zomer in Brazilië door ging. Niet Lukaku, noch Kompany of Danny Boffin. Nee, Divock fucking Origi, daar was de man fan van, die spits van Rijsel, of all places.

Tijdens het eten van die overheerlijke bagel moesten wij onderling al eens goed achter onze oren krabben: Origi, wat had die nu weer gedaan om deel te zijn van de lof die Amerikanen er al bij al makkelijk uitkramen? Hoe kwam het dat die bagelbouwer net hem kende?

Natuurlijk was het die wedstrijd op 22 juni in het Maracanã in Rio. Tegen het Rusland dat het de latere toernooien verbazingwekkend goed zou doen. Toen Divock Origi, in de 57e minuut ingevallen voor Romelu Lukaku, zou scoren in de 88e om de wedstrijd alsnog met 1-0 te winnen.

Deze week was het opnieuw prijs voor Divock Van De Bank. Bij het Liverpool dat nog volop meedoet voor de Engelse titel en voor de Europese hoofdprijs. Vorig weekend ingevallen nadat Mohamed Salah geblesseerd raakte door een botsing met de keeper van Newcastle. In de 86e minuut zette hij met een kopbalgoal de 2-3 op het bord en hield de titelkansen bestaande.

En dan, oh my word, die halve finale tegen Barcelona. Ginds 3-0 op hun doos gekregen en haast kansloos thuis aantreden tegen de Catalanen. Na slechts 7 minuten scoort Origi, die mocht starten, en om het met een omgekeerd Bob-Peetersisme te zeggen, dan weet je dat het mogelijk wordt. En – oh, hoe mooi – in de 79e minuut, in volle Origi time, tovert hij de 4-0 op het bord.

Vijf jaar geleden kende een New Yorkse bagelbelegger hem en zo werd hij voor ons iemand met een connotatie, waardoor onze oren zich ook wat beter spitsten wanneer zijn naam vernoemd werd. Deze week liet hij weer van zich horen. En hoe.

Doe mij nog maar een bagel.

CGP Grey: Driving a Tesla across the loneliest road in America

Of een filmpje van 50 minuten van CGP Grey die met een geleende Tesla over de saaiste weg ooit reist ontzettend boeiend is? Jazeker.

Het zal mogelijks wel te maken hebben met dat ik Grey echt de max vind en dat we diezelfde route ooit als reis deden. Maar de storytelling in de het filmpje is echt om van te smullen.