Het was september 2014 toen we onze eerste grote, lange reis maakten. New York was het beginpunt van drie weken langs de oostkust van de Verenigde Staten. The Big Apple, de hoofdstad van één van mijn lievelingsgerechten: de bagel.

En zodoende kwam het dat ik in de weken in aanloop van onze reis had opgezocht welke bagel shops de absolute voorkeur uitdroegen van kenners in het veld. Want elke veld heeft experts, natuurlijk.

Gewapend met enkele namen in m’n hoofd liepen we toen vier dagen aan een stuk minstens 25 kilometer te voet door die immense, bruisende stad. Toen we na een picniclunch in een parkje nabij het VN-gebouw onze tocht verderzetten, kwamen we langs zo’n zaakje. En uiteraard bestelden we met een volle maag één van de beste bagels die ik ooit at.

Het onbegrijpelijke toeval wil dat ik van dié bagel, noch van het zaakje een foto nam en de naam me niet is bijgebleven. Maar ik ben er redelijk zeker van dat ik de kerel die ons bediende nog zou herkennen. “Where’re you from?” vroeg hij met een accent dat nog meer belegen was dan de bagel die hij voor ons prepareerde. “Belgium” zeiden we in koor.

Het was niet ondenkbaar dat de man nog nooit van ons landje gehoord had. Maar hij schreeuwde het uit: “Oh, Belgium! Origi! Divock fucking Origi! Oh man, I love that guy so much. What a great soccer player!“. Hij kende één Belgisch ding en dat was een voetballer van het WK dat die zomer in Brazilië door ging. Niet Lukaku, noch Kompany of Danny Boffin. Nee, Divock fucking Origi, daar was de man fan van, die spits van Rijsel, of all places.

Tijdens het eten van die overheerlijke bagel moesten wij onderling al eens goed achter onze oren krabben: Origi, wat had die nu weer gedaan om deel te zijn van de lof die Amerikanen er al bij al makkelijk uitkramen? Hoe kwam het dat die bagelbouwer net hem kende?

Natuurlijk was het die wedstrijd op 22 juni in het Maracanã in Rio. Tegen het Rusland dat het de latere toernooien verbazingwekkend goed zou doen. Toen Divock Origi, in de 57e minuut ingevallen voor Romelu Lukaku, zou scoren in de 88e om de wedstrijd alsnog met 1-0 te winnen.

Deze week was het opnieuw prijs voor Divock Van De Bank. Bij het Liverpool dat nog volop meedoet voor de Engelse titel en voor de Europese hoofdprijs. Vorig weekend ingevallen nadat Mohamed Salah geblesseerd raakte door een botsing met de keeper van Newcastle. In de 86e minuut zette hij met een kopbalgoal de 2-3 op het bord en hield de titelkansen bestaande.

En dan, oh my word, die halve finale tegen Barcelona. Ginds 3-0 op hun doos gekregen en haast kansloos thuis aantreden tegen de Catalanen. Na slechts 7 minuten scoort Origi, die mocht starten, en om het met een omgekeerd Bob-Peetersisme te zeggen, dan weet je dat het mogelijk wordt. En – oh, hoe mooi – in de 79e minuut, in volle Origi time, tovert hij de 4-0 op het bord.

Vijf jaar geleden kende een New Yorkse bagelbelegger hem en zo werd hij voor ons iemand met een connotatie, waardoor onze oren zich ook wat beter spitsten wanneer zijn naam vernoemd werd. Deze week liet hij weer van zich horen. En hoe.

Doe mij nog maar een bagel.

Laat een reactie achter

Geef een reactie