“Alles oké?”

We vragen het graag aan elkaar: hoe het is, of hoe het gaat. “Goed, goed,” is dan meestal het snelle, makkelijke en sociaal wenselijke antwoord. Al is het leven een grote interne strijd. Misschien is dat zelfs het enige waar het uiteindelijk om draait.

Een paar dagen geleden kwam ik op deze “self care checklist” uit, met als titel “Everything Is Awful and I’m Not Okay: questions to ask before giving up”. En wat een zalig lijstje is me dat.

Op school of later tijdens de lerarenopleiding hebben we daar nooit les over gehad, laat staan dat daarover gebabbeld werd. Als ge u niet goed in uw vel voelt, dan is dat vooral uw eigen probleem. Of zo komt dat toch over in “onze Katholieke Europese cultuur”. Zo nog net geen Britse “stiff upper lip”, maar gevoelens en welbevinden: hou het vooral voor uzelf.

Ik sta niet gekend als de meest enthousiaste persoon, ik ben verre van een spring-in-het-veld. Tijdens het middelbaar was dat helemaal geen issue, niet dat ik toen anders was, maar ik viel ten minste niet op, waardoor leerkrachten en medestudenten me grotendeels lieten zijn. (Da’s toch de droom van elke puber? Om gewoon te “zijn”, zonder meer.)

Later in het leven zorgde die houding er net voor dat ik begon “op te vallen”. Groepswerken aan de hogeschool moesten verdeeld worden en de meest huppelige medestudenten waren van “oh super, dit” of “ah zo geweldig, dat”. Ik liep er meestal bij met een houding van “goh, ja, ’t moet om een diploma te halen, dus het maakt niet zo heel veel uit of ik er warm van wordt of niet”. Het zinnetje “Davy moet ge eerst een beetje leren kennen,” dook toen ook voor het eerst én veelvuldig op.

Op de werkvloer kom ik het ook meer en meer tegen: zo van die collega’s die verser van de schoolbanken komen, die als een wervelwind komen enthousiast doen over hun ding en zich daar compleet in verliezen. Allemaal goed, maar tegelijk gebeurt een andere helft van hun werk niet – dat deel waar ze niet warm van worden. En dat past in mijn hoofd niet. Het is tenslotte nog altijd uw job om dat wél te doen.

Een paar weken geleden hadden we een “teamdag”, want zo moet dat met je collega’s. En een deeltje daarvan was complimentjes bedenken en uitdelen aan mekaar. En dan komt het ook daar weer terug: “droogkloot”, onder andere. De Philippe Geubels onder de chiromensen. Een karikatuur van een persoon, waar daarna alles als een puzzel in past.

Ik ben niet de meest enthousiaste spring-in-het-veld, maar als ik ergens voor ga, dan zorg ik ook wel gewoon dat het in orde komt. Dan moet het niet altijd met glitters, toeters of bellen zijn, “gewoon goed” is ook al genoeg. Je kan daarop bouwen, je krijgt eerlijke feedback en een rationele houding, waar je volgens mij meer aan hebt dan aan oh’s en ah’s.

Maar dus: die checklist. Daar staan alle dingen in die ik in de afgelopen 31 jaar zelf ook ontdekte. Vooral dat eerste: van dat glas water drinken. Dat je jezelf de muren van zelftwijfel kan doen oplopen, gewoon door niet goed gehydrateerd te zijn. Elke keer ik aan mezelf begin te twijfelen, of het narratief dat anderen soms opzetten begin te volgen, dan drink ik gewoon een groot glas water en dan gaat het eigenlijk allemaal ineens beter…

The creators of ‘Monument Valley’ are back with a game no one expected

Een paar interessante spellen die uitkomen de laatste tijd: Untitled Goose Game en Link’s Awakening staan al op mijn lijstje voor de Switch (eerst heel traag Pokemon Let’s Go uitspelen), maar deze Apple Arcade-game spreekt toch ook wel heel hard aan. Mark Wilson op Fast Company:

Assemble with Care makes you the owner of an old antique shop. People come in, bring you their broken objects, and you drag and drop your way to diagnosing and repairing them. This gameplay may sound pedestrian, compared to the soaring, ethereal sensation of playing Monument Valley. But along the way, these characters tell you about their lives—and make the game far more complex than it sounds on paper.

iPhone 11 (Pro) reviews

Dit is een running list van reviews waar ik iets aan had. Dit is dus een post die een hele week lang zal geüpdatet worden. (Zelf twijfel ik nog over een upgrade van mijn X.)

Nilay Patel, The Verge:

In fact, the cameras on the iPhone 11 and 11 Pro are so improved that I think they’re worth the year-over-year upgrade from last year’s models for the first time in a long time.

Brian X. Chen, New York Times:

You should definitely upgrade if your current device is at least five years old. The iPhone 11 models are all a significant step up from those introduced in 2014. But for everyone else with smartphones from 2015 or later, there is no rush to buy. Instead, there is more mileage and value to be had out of the excellent smartphone you already own.

Austin Mann, fotograaf:

No matter what iPhone you are using now, if you are serious about shooting photos with your iPhone, this is a year to upgrade.

Matthew Panzarino van Techcrunch ging er weer mee naar Disneyland.

(Ondertussen kocht ik een iPhone 11 Pro, 64 GB.)

Josh Ginter. The Sweet Setup:

The new types of compositions this camera can provide will stretch the iPhone 11 Pro’s capabilities as a camera, but the ultra-wide is still in its infancy at this point. It’ll be a few years before we see this separation in camera quality subside.
Natuurlijk was die ultrawide het eerste wat ik testte met mijn toestel. Ik zat binnen op kantoor, dus dan neem je daar een foto. En steekt dat geweldig tegen… Zie de noise, bijvoorbeeld op de besteklade:

Nu, ja, dat is gemaakt voor buiten. Dus later op de dag in het zonnige parkje:

Serieus gelimiteerd, dus. Die lens voelt echt als een iPhone van jaren geleden, zonder beeldstabilisatie en weinig lichtsterk. Een extra nadeel is het gewéldige scherm, dat de foutjes nog makkelijker laat zien. Anderzijds, geef toe, smijt op bovenstaande foto een VSCO-filter en dat ziet er goed uit op Instagram, toch?

Rechten en plichten

Gisteren was het weer zover: de Tsjeven mochten nog eens opdraven in de naar hun ontstaansverhaal zo genoemde De Zevende Dag om een analyse te maken van waarom ze toch niet meer dé volkspartij zijn. Waarom ze maar 11% meer halen in een peiling die Het Laatste Nieuws absoluut noodzakelijk vond om af te nemen, terwijl de regeringen van de vorige verkiezingen nog niet gevormd zijn. En ra-ra-ra in die peiling: de mensen keren zich af van de “politique politicienne”, want postjespakkers en al!

“We moeten dat signaal van de kiezers serieus nemen,” zeggen de politiekers politiciennes dan. En welk signaal ze dan denken mee te moeten nemen, dat beslissen ze helemaal zelf. Uiteraard. Een verhaal dat ze mensen dan keer op keer oplepelen tot een groot genoeg deel van die mensen ook echt beginnen geloven dat het net dat is dat hun tegensteekt. En wie heeft er dan een oplossing voor die problemen? Traditioneel zou dat dan die partij moeten zijn die dat probleem heeft aangekaart. Toch?

“We moeten meer wijzen op rechten en plichten,” kwamen de Christen-Democraten, of zijn het Centrum-Democraten, of maakt dat allemaal geen fluit uit, in de feiten? Want dat is de analyse die ze op hun hoofdkwartier in de Wetstraat maakten: dat mensen heel hard bezig zijn met rechten en plichten. En dat we mensen moeten wijzen op hun plichten. En op hun rechten. De mensen, dus.

Als er één ding is wat N-VA de laatste vijftien jaar goed gepusht heeft, dan is het wel een verhaal rond rechten en plichten. Maar net door ze niet te linken. Keer op keer wijzen ze naar voorvallen waar sommigen hun plichten niet nakomen: zie de Walen, zie de Sossen, zie de vreemdelingen, ‘t is toch allemaal godgeklaagd. En daar koppelen ze steeds gevallen aan van rechten die geschonden worden: zie daar de voormalige Kerstmarkt, zie daar geen Zwarte Piet meer, zie daar onze vlaggen op een festivalterrein, weg met ons en al.

Ik geloof nogal hard in het praten met mensen die een ander gedacht hebben dat het mijne. Want ik wil het graag eerst begrijpen, voor ik er een mening over vorm. Dat klinkt hoogdravend, maar dat zijn nonkel en tantes op familiefeesten, en me dan inhouden om hen niet te overtuigen van mijn groter gelijk. Of die ene aangetrouwde nicht die op een VB-lijst stond in haar gemeente, altijd interessant.

En net dat komt ongemeen vaak terug, een riedeltje dat ontzettend hard is blijven plakken: “zie mij eens mijn plichten nakomen en ik heb bijna geen rechten meer; en zie die ander eens al hun rechten opeisen zonder tot ook maar iets verplicht te worden.” Kort samengevat: “Rechten voor mij, plichten voor een ander.”

Het word tijd om daar een ander verhaal tegenover te zetten. Niet als tegenstand van dat verhaal, maar iets waar mensen warm van worden. Ik denk dat dat wel kan.