London, 2019, dag 2

De dag begonnen aan Trinity Buoy Wharf, een godvergeten stuk land langs de Thames. Maar Foursquare zei dat daar een authentieke Amerikaanse diner zou staan. En wat is er beter dan een dagje baseball beginnen met vettige pancakes? Juist.

Er was daar ook een vuurtorentje met een kunstproject in en een mooi zicht op O2.

En dan te voet naar het London Stadium, voorheen het Olympic Stadium en nu de thuis van West Ham. Daarvoor liepen we die andere rivier van Londen af: de Lea of Lee. Langs lelijke, maar ook heel mooie stukken.

En dan meer dan vier uur sport gekeken, vettig gegeten en plat bier gedronken. Zalig. En toen waren de batterijen van zowel de camera als onszelf plat.

Bij terugkomst in het hotel nog even over de brug over de Royal Docks gewandeld. En wat was de zon mooi die avond.

Nike is selling a record number of USA women’s soccer jerseys thanks to World Cup fever

Markets Insider:

“The USA Women’s home jersey is now the number one soccer jersey, men’s or women’s, ever sold on Nike.com in one season,” Nike CEO Mark Parker said this week.

Vrouwenvoetbal. Eindelijk een volwaardige sport.

Aanvulling:

BBC:

England’s World Cup semi-final defeat by the United States attracted the highest peak television audience of the year so far with 11.7m setting a new record for women’s football in the UK.

London, 2019, dag 1

Begonnen aan St. Pancras International, du’h, maar eens naar de andere kant gewandeld richting het Regent’s Canal. Dat kanaal is vooral bekend voor z’n woonboten. Blijkt dat er tussen het station en het water een hele nieuwe wijk met kantoren en restaurants gekomen is, met o.a. een bureau van Google. En daarachter ligt een ontzettend mooie hermaakte warehouse site, waar we koffie en ontbijt deden bij Redemption Roasters, een koffiebrander die met gevangenen werkt om een nieuw leven op te bouwen.

Daarna het kanaal afgelopen in de vlakke zon (ook daar was het 34 graden), langs Camden met z’n Market en Lock, via het gigantische Regent’s Park, tot in Little Venice, dat niet op Venetië lijkt.

Daar dan de Underground genomen naar Shoreditch. Daar had de Major League Baseball (MLB) de oude Truman Brewery overgenomen met een soortement fandorp. Gezien we er waren voor de wedstrijd van de dag nadien, moesten we dat meepikken. Speciaal voor dat pop-up-dorp-van-twee-dagen brouwde Mondo, een van de betere Britse brouwers, speciaal vier bieren. De London Series Pale Ale was geweldig lekker en het beste wat ik die drie dagen dronk.

Daarna weer de ondergrondse in, richting ons hotel. We kozen deze keer voor het Novotel aan de Royal Docks, een wijk die ze aan ’t opwaarderen zijn en dichting de luchthaven City ligt. Ook al kreeg het vier sterren, de promoprijs deed ons vermoeden dat we gingen wakker liggen van vliegtuigen en toeristen. Maar het is echt lang geleden dat ik zo’n ruime en überstille kamer had in een hotel. Leuke omgeving ook.

En dan nog eentje drinken in ’t hotel. Iets lokaal van ’t vat, dat is complimenten waard. En dat was dag 1, met meer dan twintig kilometer in de benen.

Time Blocking, of hoe ik dat niet gebruik om dingen gedaan te krijgen

Darius Foroux:

Time Blocking is simply using your calendar to block time for your most important priorities. During that time, you only work on that one thing. And, you let your calendar lead the way. That way, you don’t have to think, “What should I do next?”

Ik hoor heel veel mensen de laatste tijd over time blocking. In verschillende mate: simpelweg “werktijd” of “prikvrij” in de agenda zetten, zodat je niet heel de dag onder de vergaderverzoeken zit, tot echt de taken die je moet doen op je agenda zetten, zoals Darius hierboven aankaart.

Voor mij werkt dat niet. Ik ben nogal van mening dat tijd zichzelf vult en dat het vaak – voor mijn werk – moeilijk is om in te schatten hoe lang iets zou duren. Als je iets twee uur geeft, dan zal het zo lang duren, het tempo en je energieniveau achteraf kan verschillen.

Ik ben het wel eens met heel wat principes die erachter zitten.

We need self-awareness and tools that keep us in check.

En vooral deze:

Working is not the same thing as making progress.

Wat ik wél doe is op verschillende tijdsniveaus nadenken over prioriteiten.

  • Elk jaar geef ik een thema. Dit is the year of making en alles staat in het teken van méér maken of beter maken. Als ik maar dingen maak in plaats van over dingen te blijven nadenken.
  • Elke maand heeft drie prioritaire projecten. Een combinatie van werk en privé. Dat kan een groot evenement op de job zijn, maar kan ook “elke dag twintig minuten mediteren” zijn. Ik probeer dan elke (werk)dag enige vooruitgang in dat project te boeken, als absolute prioriteit.
  • Sommige maanden heb ik héél veel op m’n bord, zoals nu op het einde van het schooljaar. Dan doe ik bovenstaande oefening op weekniveau en veel praktischer: op wélk punt moét ik staan in wélk project? Dat gaat dan over harde deadlines die dan vallen. Deadlines die de weken erna vallen, worden zo geen prioriteit; of ik probeer een absoluut noodzakelijk tussenpunt te definiëren.
  • Elke dag lijst ik dan zes acties op die ik die dag wil gedaan krijgen. Dit zijn vergaderingen (veel vergaderen is soms deel aan mijn job, maar dat is ook iets doen), maar vooral acties die me vooruit helpen richting bovenstaande prioriteiten. Stel dat een affiche bij de drukker moet op vrijdag, dan kan de actie op maandag “Ontwerpen: Affiche” zijn. Waarom zes? Omdat dat bij mij goed blijkt te werken. Bij vijf of drie denk ik al snel dat het in de namiddag allemaal wel goed komt, bij zeven of meer denk ik te makkelijk dat het nooit zou lukken

Achter dit alles zit Getting Things Done van David Allen. En daar gebruik ik OmniFocus voor.

…..

Iets gehad aan dit bericht of andere berichten op mijn blog? Denk dan eens na of je een centje wil bijdragen. Dat kan via Patreon.

E-mail

Cal Newport:

In an age of Gmail and Slack, work has been largely reduced to employees opening up their inboxes and chat channels and then just rock n’ rolling — hoping that the cumulative impact of this back-and-forth busyness moves the needle in the right direction. It’s often not easy to extract clearly defined chunks of effort from this chaotic chatter.

London, baby!

Binnen twee weken nog eens naar Londen, de stad waar ik m’n hart gigantisch aan verloor. Vorig jaar echt ontzettend vaak geweest, zowel voor ’t werk als voor ’t amusement. Een citytrip en een bezoek aan MozFest waren toen m’n persoonlijke deel.

Ik maakte er vanalles mee in dat jaar: workshops met hooggeplaatste medewerkers van de Amerikaanse democraten, een spontane bijeenkomst van belangrijke Britse bierbrouwers, een geweldige graffitiwalk door Shoreditch of het bericht dat m’n vriendin twee maanden te vroeg op bevallen stond en de laatste Eurostar van die dag nét vertrokken was. De meest gezellige en meest eenzame uren van m’n leven beleefde ik in de mooiste stad ter wereld.

Het was stiekem m’n persoonlijke carriereplan: blijven werken als digital campaigner in de politiek om dan als freelancer of medewerker bij het techbedrijf waar we nauw mee samenwerkten aan de slag te gaan. Met natuurlijk heel veel uitstapjes of korte verblijven aan de Theems. Maar het leven liep anders. Niet beter of slechter, al zal ik heel m’n leven met een “wat als”-gevoel zitten.

Binnenkort zijn we er weer. Een paar dagen. Aanleiding: de Amerikaanse honkballiga – Major League Baseball – besloot om een wedstrijd van dé allergrootste rivaliteit in de sportgeschiedenis te laten spelen in het Olympic Stadium, daar waar nu West Ham z’n thuishaven heeft.

En hoe hard ik daarnaar uitkijk, ge kunt u dat niet inbeelden. In St. Pancras van de sneltrein stappen voelt altijd ontiegelijk hard als thuiskomen.

De algoritmes en trackers op het internet hebben het natuurlijk ook in de smiezen, dat krijg je als je alles online boekt. Dus de mailbox zit ondertussen al vol met gesponsorde lijsten met dé ultieme toptips voor het bezoek.

Plan van aanpak? Aankomen en pub food gaan lunchen. Dan ergens een veel te hippe koffiebar binnensteken om een veel te dure Flat White te drinken en een zakje filterkoffie mee te nemen. Ondertussen al eens nadenken waar we ’s avonds gaan eten en op Untappd kijken waar de meest trendy bieren in de buurt geschonken worden.

Ondertussen heb ik zo mijn adresjes in Londen en dat scheelt enorm veel. Allez, niet letterlijk, van de meeste zaken zou ik zelfs de naam niet kunnen zeggen, maar ik kan blindelings naar een prachtpub lopen die een goed aanbod combineren met organische vegetarische gerechten, of naar dat kleine aangewasemde zaakje waar ze geweldige Pho op tafel zetten. Of die kleine koffiebar in een bootje langs Regents Canal, met z’n gezellige onlogische boekenwinkel.

Ik had het vorig jaar nooit gedacht dat ik ooit nog Brexitloos naar daar zou kunnen reizen, maar zie, het lukt dan toch. Misschien is ondertussen Boris premier en kunnen we daar ergens aan de Big Ben mee gaan betogen voor ’t een of ’t ander. Altijd leuk.

Ik zet hier ondertussen de BBC-reeks over Margareth Thatcher op, zodat we ginder toch ook wat kunnen meepraten.

Pip pip, cheerio, mind the gap between the train and the platform en al!

The Sweetgreen-ification of Society

Ranjan bij The Margin:

We are losing the spaces we share across socioeconomic strata. Slowly, but surely, we are building the means for an everyday urbanite to exist solely in their physical and digital class lanes. It used to be the rich, and then everyone else. Now in every realm of daily consumer life, we are able to efficiently separate ourselves into a publicly visible delineation of who belongs where.

Iets wat me de laatste tijd ook meer en meer opvalt, hoe een bepaalde klasse klant is bij De Lijn, Aldi en Panos en hoe een andere klasse dat is bij Bird, Delhaize en Starbucks.