Mediteren

Ik wil al lang iets schrijven over meditatie. Om deze post te starten ging ik op Pexels even op zoek naar een goede bijpassende afbeelding. En de clichés stapelden zich al gauw op. (Kijk gerust zelf.) Zo’n boedhabeeldje, een monnik met de handpalmen tegen mekaar of een hippiegrietje met de benen in kleermakerszit op een geweldig ontspannende locatie. Het geeft de gewoonte die ik ondertussen al 14 jaar probeer te onderhouden een nogal vreemde bijsmaak.

Door personal shit raakte ik op m’n zeventiende aan de praat met een therapeut die me wat goed advies gaf. En één van die dingen was mediteren. Elke dag een tijdje stil zitten met je eigen gedachten.

Nee, je hoeft daar niets meer bij te bedenken. Geen “oooohm”, geen yogaposes, geen geestesverruimende kruiden. Gewoon stil zitten, op je adem letten en de gedachten laten voorbijkomen zonder daar meteen een oordeel over te vellen of actie te ondernemen.

Je kan je inbeelden dat dat als puber een overtreffende trap van awkward was: je gedachten zijn je ergste vijand.

Maar ik moet na al die jaren toegeven dat ik er méér en méér nood aan gekregen heb. Ik leef heel hard in een always on-cultuur. Het ene brokje informatie wordt afgewisseld met een ander brokje verontwaardiging en godverdomme de wereld is naar de kloten, maar hé kijk daar eens en voor je het weet heb je weer – hè, deze zin leidt nergens naar. Om maar te zeggen…

En dus probeer ik mij elke dag twintig minuten te zetten, in de zetel, op de trein, in een ongebruikt vergaderzaaltje om even te mediteren. Even de stekker uit de wereld trekken, adem halen en de batterij vol tanken.

Veertien jaar geleden was dat door af en toe eens naar de klok te kijken en wanneer ik ’t beu was, dan stopte het. Nu doe ik dat al menige jaren met een app waar ik meer dan graag voor betaal: Headspace. En ja, dat is zoals die scenes in films of tv-series waar iemand naar een cassetje luistert dat zegt dat ze vooral niet veel moeten doen, maar bij mij werkt dat echt véél beter dan het op m’n eentje te doen. En doordat ik betaal ben ik ook wel geneigd om dat vaker effectief te doen (het bekende fitness-effect).

Het lijken telkens, ook na zoveel jaar, verloren minuten waarin je helemaal niéts gaat doen. En net dat maakt het zo’n meerwaarde, want dat doen we haast nooit meer: niéts. Als kind kon ik daar eindeloos van genieten: om mezelf steendood te vervelen. Menig verhaal schreef ik in m’n hoofd terwijl ik in de verte staarde, zelfbedachte spelletjes die je vijf minuten later zelfs niet meer kon herhalen of de edele kunst van op een bankje te zitten wachten tot de mama mij kwam halen. Nu kan ik het niet meer: op de trein zit er een podcast in de oren, tijdens het wandelen dat laatste nieuwe album dat één of ander algoritme me toeduwt en in bad kijk in naar wat YouTube of Netflix me aanbevelen.

En dan is 20 minuten van de wereld verdwijnen door er eigenlijk helemaal op te focussen ongelooflijk verfrissend. Vaak voelt het als een koele douche op een snikhete dag: je kijkt er tegenop maar je weet dat je er deugd van gaat hebben.

…..

Iets gehad aan dit bericht of andere berichten op mijn blog? Denk dan eens na of je een centje wil bijdragen. Dat kan via Patreon.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *